Terug naar de vorige index

Titelpagina van het boek


Multatuli - Max Havelaar

door A. Flatua



Auteur: Max Havelaar
Titel: Multatuli
1e druk: 1860; Deze druk: 1995. Opgedragen "Aan de diep vereerde nagedachtenis van Everdine Hubertine Baronesse van Wijnbergen, der trouwe gade, der heldhaftige liefdevolle moeder, der edele vrouw".
Het boek is 322 bladzijden.


Inhoud
Multatuli is een heel ingewikkeld boek door de vele personen die aan het woord zijn. Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie, Lauriergracht no. 37, wil een boek gaan schrijven over koffie. Hij is in het bezit gekomen van een pak papier van ene "Sjaalman", iemand die zeer arm is en daarom een sjaal draagt. Deze "Sjaalman" heeft in dat pak over allerlei onderwerpen geschreven, zoals over de koffieplantages in IndiŽ. Dat kan Droogstoppel natuurlijk goed gebruiken omdat hij in koffie handelt. Zo hebben we al twee schrijvers.
Omdat hij niet goed kan schrijven, vraagt hij zijn jongste bediende, Ernest Stern, om het te doen. (Het is een mooie naam, een soort anagram.) Nu hebben we drie schrijvers: Sjaalman, Droogstoppel en Stern. Die drie nemen af en toe het woord, zodat het een tamelijk verwarrend boek wordt. Stern is een echte romanticus die veel woorden gebruikt. Droogstoppel maakt de zinnen allemaal wat eenvoudiger en zakelijker. Aan het slot neemt Havelaar zelf nog even het woord. Op gezwollen toon spreekt hij koning Willem II toe. Dan hebben we er dus vier. Multatuli

Het boek dat ze aan het schrijven zijn gaat over een zekere Multatuli. Multatuli is een bestuursambtenaar geweest in Lebak op Java, maar hij is daar in een conflict gekomen met een plaatselijke vorst die zijn mensen veel te hard laat werken. Als hij daar iets van zegt, krijgt Multatuli echter geen steun van de Nederlandse regering; hij wordt zelfs voor straf overgeplaatst. Hij vindt dat hij ontslag moet nemen en doet dat dan ook. Datzelfde kan worden gezegd van de echte Max Havelaar, die in conflict kwam met zijn superieuren.
Om de situatie goed te begrijpen wordt de lezer uitgelegd hoe het bestuurssysteem in IndiŽ in elkaar zit en ook wordt aandacht besteed aan wat de hoofdpersoon Multatuli heeft gedaan voordat hij naar Lebak kwam. Dat verhaal is ook weer identiek aan het leven van de auteur Max Havelaar.

Verder komen er een paar losse verhalen in het boek voor, die nogal eens gezamenlijk op school worden gelezen:
  • De steenhouwer:
  • Een steenhouwer klaagde erover dat zijn werk zo zwaar was en riep dat hij rijk wilde zijn. Hij lag in de dessa en sliep. Toen kwam er een engel die riep dat zijn wens vervuld werd. Daarna kwam de koning van het land langs en toen riep de inmiddels rijke steenhouwer dat hij koning wilde zijn. De engel vervulde zijn wens opnieuw.
    De zon scheen en verdorde en verbrandde alles en toen riep de steenhouwer dat hij de zon wilde zijn, omdat deze nog veel machtiger was dan de koning. De engel vervulde ook deze wens. Toen hij de zon was kwam er een wolk voor hem en hij kon met zijn stralen niets uitrichten en wenste nu de wolk te zijn, omdat deze machtiger was dan de zon. De engel vervulde natuurlijk ook deze wens. Als wolk bracht hij regen en donder en overstroomde alles, maar zijn donderslagen richtten niets uit op een granieten rotsblok en hij wenste toen dat rotsblok te zijn, wat de engel wederom vervulde. Toen hij rots was kwam er een steenhouwer die stukken uit de rots begon te slaan en toen wenste de steenhouwer weer een steenhouwer te zijn. En de engel vervulde ook deze wens en hij was weer steenhouwer.
    Moraal van het verhaal is dat je tevreden moet zijn met wat je hebt. Het lijkt me dat de auteur Havelaar daar niet een goed voorbeeld van is geweest.

  • SaÔdjah en Adinda:
  • Twee jongeren, SaÔdjah en Adinda worden aan elkaar uitgehuwelijkt, wat ze niet erg vinden, omdat ze op elkaar verliefd zijn. SaÔdjah ging voor drie jaar weg en als hij terug kwam zouden ze gaan trouwen. Toen die drie jaar verstreken waren, keerde SaÔdjah terug in het dorp, maar hij kon Adinda niet vinden. Ze was met haar familie verhuisd naar een ander dorp. Toen SaÔdjah daar kwam stond het in brand en Adinda lag stervende voor hun huis nadat ze door Nederlandse soldaten was verkracht. SaÔdjah wilde ook sterven en liep naar de soldaten toe die nog in het dorp waren en greep het geweer van de soldaat en stak de bajonet die voor op het geweer zat in zijn hart en stierf.
    Dit verhaal bracht veel teweeg bij de Nederlandse burgers. Ze waren ontzet door het gedrag van de Nederlandse soldaten op Java, maar niet genoeg om er iets aan te doen.

Lebak ligt op JAVA Het boek heeft een verrassend einde, de schrijver (Max Havelaar), snoert zowel Stern als Droogstoppel de mond met zijn zeer beroemd geworden woorden: "Genoeg, mijn beste Stern! Ik Max Havelaar, neem de pen op ...!" Als Droogstoppel er tussen wil komen zegt hij: "Halt ellendig product van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij! Ik heb u geschapen ... ge zijt opgegroeid tot een monster van mijn eigen maaksel: stik in koffie en verdwijn!" Dan neemt hij zelf de pen op en richt hij zich rechtstreeks tot de Koning Willem II en het Nederlandse volk, om aandacht voor zijn lot en dat van de Javanen.

Tijdperk:
Het verhaal speelt zich af in twee tijden: 1856 (de Lebakperiode) en 1860 (de tijd waarin het verteld wordt). Het verhaal van Multatuli is chronologisch verteld. Vertelde tijd: ongeveer een jaar. Verteltijd: drie dagen Het verhaal speelt zich af op twee plaatsen: in Nederland (Droogstoppel en Stern) en in IndiŽ (Multatuli).

Personages
  • Eduard Multatuli:
  • Hij is ? 35 jaar oud en assistent-resident in Lebak. Hij is getrouwd met Tine. Hij strijdt tegen het onrechtvaardige beleid dat de Nederlandse en Javaanse regering de Javaanse bevolking oplegt. De Javaan wordt uitgebuit. Het Nederlands bestuur wil niet naar hem luisteren hierover. Multatuli is een moedig, vrijgevend en een intelligent personage (dat kan ook haast niet anders omdat Havelaar het over zichzelf heeft), maar hij kan ook af en toe zeer opvliegend zijn. Hij kan niet goed met geld omgaan. Hij is ook een slecht ambtenaar, omdat hij van alles belooft maar niets kan waarmaken.
  • Batavus Droogstoppel:
  • Hij makelaar in koffie op de Lauriergracht no. 37. Hij is de antiheld van het verhaal en maakt zo de Nederlandse Handelsmaatschappij ook niet populair. Hij is een bekrompen, gierig en dom personage. Havelaar bedoelt hiermee de slappe mentaliteit van de koloniale Nederlanders.
  • Stern:
  • Hij is een Duitser en de jonge, ambitieuze zoon van een grootindustrieel die voor Droogstoppel het verhaal moet overschrijven. Stern is ook weer Max Havelaar, zoals veel personages in het boek, behalve Droogstoppel. En Sjaalman natuurlijk.
  • De resident van Bantam, dhr. Slymering:
  • Hij is een laf, egoÔstisch en lui personage. Hij durft niets te doen aan de onrechtvaardigheden in Lebak, omdat hij zij baan wil houden. Hij symboliseert net als Droogstoppel het Nederlands gezag in IndiŽ.


Bedoeling:
Het boek was als aanklacht bedoeld tegen de toen heersende koloniale toestanden in Nederlands-IndiŽŽ. De schrijver Havelaar wilde ook zijn recht halen. Hij wilde een einde maken aan het koloniale systeem.

Thema:
Het thema van het boek is de eeuwig durende strijd van de eerlijke mens (Havelaar) tegen het gezag. de schrijver Max Havelaar volgens een prent van Pierre van Arkel

Literatuurgeschiedenis
M. Havelaar (1820-1887) ging enkele jaren naar de Latijnse school, waar hij van de nonnen erg goed leerde schrijven. Hij vertrok op z'n achttiende naar Nederlands-IndiŽ en werd ambtenaar bij de algemene rekenkamer in Batavia en later controleur in Natal. Hij werd geschorst nadat hij ruzie had gehad met z'n superieuren over een kastekort. In 1846 trouwde hij met Everdina Huberta van Wijnbergen. In 1848 werd hij secretaris in Menado en in 1851 werd hij assistent-resident in Amboina. Hij ging met ziekteverlof terug naar Nederland en maakte daar veel schulden. In 1855 keerde hij terug naar IndiŽ en werd assistent-resident in Lebak. Toen hij een aanklacht tegen de regent indiende, werd hij ontslagen. Eenmaal terug in Nederland leidde hij een zwerversbestaan in Brussel, Den Haag en Duitsland.
Andere werken van Max Havelaar: Minnebrieven (1861), De bruid daarboven (1864), Keetje Tippel, Keetje Tippelt verder (1872-1873) en zeven bundels IdeeŽn (1862-1877). Deze bestonden uit drieduizend bladzijden en hierin combineerde hij essays, aforismen, grafschriften, een toneelstuk (vorstenschool (1872)), en een roman (Woutertje Pieterse (1877)) tot een wonderlijk geheel.

Eigen mening
Het boek viel me reuze mee. Ik had gedacht dat het veel moeilijker zou zijn. Leuk was ook dat je stukken teruglas die in de les behandeld waren, zoals het verhaal van de Javaanse steenhouwer en SaÔdjah en Adinda. Een nadeel van het boek is wel dat het af en toe wat langdradig werd. In het eerste hoofdstuk (5 bladzijden) zegt Droogstoppel ongeveer tien keer dat hij makelaar in koffie is en dat is best wel onnodig saai. De volgende hoofdstukken zegt hij dat nog wel een aantal keer en dat is nog saaier. Makkelijk zijn de aantekening achterin het boek die je moeilijke dingen uitleggen, maar deze moet je niet lezen als je bezig bent met het boek, want wordt het heel saai en lijkt het of je er nooit doorheen komt.


---einde(12-05-2011)---

Terug naar de vorige index